Artikelindex

 

 

 

 

Het leiderschap van de nederige dienaar – Mt 23,1-12  - zo 6/11/2017 

 

Hoe actueel kan een evangelie zijn? Als we terugblikken op het nieuws van de afgelopen weken, dan stellen we vast dat een aantal mensen, onze zogenaamd wereldse sterren, die hoog aangeschreven staan in de kunstwereld, politiek en bij uitbreiding sport op een bijzonder negatieve manier in media komen. De maskers van schone schijn vallen af, de media kritiseren meedogenloos wantoestanden en de sociale media fungeren als hedendaagse schandpaal. De veralgemeningen zijn nooit ver weg en een genuanceerd standpunt formuleren wordt niet echt geapprecieerd.

Inderdaad we kijken op naar mensen met kennis, macht, geld en aanzien. De roddelboekjes staan er vol van en we lezen gretig hun oneliners, in de TV programma’s worden ze frequent opgevoerd en hun standpunten gaan er als zoete broodjes in. Maar zowel het evangelie van vandaag als de actuele berichtgeving waarschuwen ons om niet te focussen op de façade maar vooral oog te hebben voor de kern, het diepere.

Als we kijken naar het recente verleden in onze kerk, dan werden ook wij diep geraakt door negatieve onthullingen. In 2010 schreef toenmalig bisschop Jozef De Kesel in een mea culpa:   “Pastorale verantwoordelijkheid betekent dat men gezag uitoefent.  Maar het is niet goed als gezag zich tegenover niets of niemand moet verantwoorden.  Pastoraal mag niet beleefd worden als een soort vrijbrief om zijn eigen gangen te gaan en zich door niets of niemand te laten gezeggen.  Niemand is onaantastbaar.  We moeten werken aan een klimaat waar we elkaar helpen en steunen, ook door elkaar te bevragen en te corrigeren”  Het evangelie vraagt om te leven in waarheid.  “Het allerbelangrijkste dat ons te doen staat, blijft het samen zoeken naar wat het evangelie voor ons concreet en reëel betekent, ook in onze eigen levensstaat en roeping.  Dat moet onze grote zorg zijn.  Ook alle kerkelijke en pastorale agenda’s moeten daaraan ondergeschikt zijn.  Het betekent een diepe innerlijke bekering, een zuivering van het hart, een grotere verbondenheid met Christus.”  

Als we dan iets verder terugblikken naar evolutie van onze Kerk in de afgelopen decennia, dan bevinden we ons zowel door een golf van secularisatie, maar tevens door de vaststelling dat de Kerk niet steeds het christelijk geloof in zijn essentie voorgeleefd heeft, in een crisisperiode. Opvallend profetisch zijn de woorden die paus Benedictus, toen nog professor, ruim 45 jaar geleden  in 1971 schreef, “Uit de tegenwoordige crisis zal een Kerk te voorschijn treden, die veel verloren heeft. Ze zal klein worden en in vele opzichten helemaal opnieuw moeten beginnen. Veel gebouwen uit de tijd van de hoogconjunctuur zal ze niet meer kunnen vullen. Met het getal van haar aanhangers zal ze ook veel voorrechten in de maatschappij verliezen. Het zal een verinnerlijkte Kerk zijn, die niet prat gaat op haar politiek mandaat en net zo min flirt met links als met rechts. Ze zal het zwaar hebben. Want het proces van kristallisatie en zuivering zal haar menige goede kracht kosten. Ze zal zichzelf arm maken, een Kerk der kleinen worden. De ontwikkeling zal des te moeilijker zijn, omdat ze zowel dient te waken tegen sektarische bekrompenheid als tegen brutale eigengereidheid.” 

Maar wat betekent het evangelie voor ons? Ook wij worden vandaag uitgedaagd om in de spiegel te kijken. Ook wij worden opgeroepen in ons dagdagelijkse leven om niet hoogmoedig te worden door onze status. Hoe meer talenten we toebedeeld werden hoe groter immers dit gevaar. Soms staan we er niet altijd bij stil. Zo hebben we altijd onze mening klaar: de armen doen niet genoeg inspanning om hun situatie te veranderen, mensen in een relatiecrisis spannen zich onvoldoende in, de zogenaamde ongelovigen of andersdenkenden hebben ongelijk. Handelen we wel echt als christenen met respect voor onze naaste?  We geven van onze overvloed voor een goed doel, een bedelaar geven we vlot een fooi. Maar is dit een echte gift van mens tot mens? Hoe zouden we bijvoorbeeld reageren als een dakloze onze fooi vanuit zijn zelfrespect zou weigeren? Zou niet vooral ons ego zich dan gekwetst voelen? Zouden we zo’n afwijzing niet snel veroordelen als totaal ongepast? Zouden we de tijd nemen om te luisteren naar de echte noden van deze medemens of eerder verbolgen doorstappen? 

Misschien volgen we wel als de Farizeeër de voorgeschreven regels, maar beleven we ons geloof ook daadwerkelijk tijdens de week? En dan weten we vanuit Jezus’ boodschap dat onze wereldse regels niet gelden maar radicaal omgekeerd worden: de eersten zullen de laatsten zijn, zalig de armen, de grootste moet dienaar van allen worden, medemensen die even afdwalen van het rechte pad worden niet veroordeeld maar krijgen steeds nieuwe kansen. Kortom het is een oproep om vooral nederig te zijn in hart en geest, dienstbaar voor de andere waarbij echte liefde een eeuwige bron van energie is. Laat ons dus werken aan onze christelijke missie, een dienende Kerk te zijn. Dan pas zullen we met zijn allen de Kerk van Jezus zijn. 

 

Rik Wyffels