Artikelindex

ALLERZIELEN:  2 november Gedachtenis van alle overledenen “Laat ons naar de overkant varen”

 

Velen onder ons hebben in de loop van het voorbije jaar van iemand afscheid moeten nemen: iemand die je heel nabij was, iemand die in je leven een belangrijke plaats innam.

Voor anderen onder ons is het moment van loslaten verder van iemand met wie we heel vertrouwd waren, al wat langer geleden. Maar loslaten van iemand blijft altijd een pijnlijke opgave, en het verdriet is niet zomaar van je af te schuiven. En dat is ook niet nodig.

In de periode die  onmiddellijk volgt op het afscheid, komen wie achterblijven in een soort leegte terecht  die heel donker aanvoelt. We voelen ons tekort gedaan en mogelijk zijn we zelfs wat opstandig. Waarom moet ons dat overkomen? We voelen ons misschien zelfs van God verlaten.

Vanuit die  verlatenheid moeten wij leren groeien naar een nieuwe vorm van nabijheid, van aanwezigheid, ja zelfs van aanspreekbaarheid. 

Er zijn dingen die ons daarbij wat kunnen helpen, en daarbij kan wat actief zoeken  die overgang bevorderen. Mensen die die dat meemaken vertellen soms hoe ze daar leren mee omgaan. Er zijn, rituelen die ons daarbij kunnen helpen, en die mensen naar hun eigen aanvoelen en creativiteit kunnen invullen.

Vertellen over de geliefde kan helpen, een hoekje in huis met een foto en een kaarsje kan rustig maken; sommigen vinden troost in het praten tegen de geliefde, in het vertellen hoe de dag geweest is.

En een  bezoek aan het graf, dat deze dagen dikwijls in familie gebeurt helpt de pijn delen. Maar ook in de loop van het jaar kan dat rust brengen in onze gevoelen. De Nederlandse TV heeft elke zondagvoormiddag een programma waar bij een graf, bij  een kopje koffie  een troostend gesprek groeit over de overledene. Op de achtergrond klinkt ook een lied: “Als het einde komt, en het wordt donker en ik ben bang, mag ik dan bij jou?” Want ja, we kunnen ook elkaar een steun en troost zijn.

De TV biedt ons haast elke dag beelden van een migrantenkaravaan  uit Midden-Amerika die doorheen Mexico op weg is naar de USA, in de hoop op een betere toekomst. Mij trof daarbij vooral het beeld van de opeengepakte  mensenmassa op een lange brug, waarbij de weg naar de overkant afgeblokt werd en alles muurvast zat.

En zo  komen wij bij het evangelieverhaal van vandaag. Jezus zegt aan zijn leerlingen 'Laat ons naar de overkant varen'. Maar pas hebben zij de oever achter zich gelaten, of er breekt een storm los over het meer en de hevige golven dreigen de boot te overspoelen. De leerlingen zijn verontrust. En Jezus? Die ligt op de achtersteven rustig te slapen.

Misschien herkennen wij daar ook het gevoel dat ons kan overvallen bij de dood van een geliefde; Waar is God nu, waar blijft Hij nu ik op Hem zo nodig heb?

Maar Jezus is niet weg van de boot.  “Waarom zijn jullie zo bevreesd? Zwijg, wees stil!', zegt Hij tegen de golven 'en de wind ging liggen en er ontstond een grote stilte'. 

Dat zegt Hij ook aan ons als ons hart onrustig is en het lijkt of we geen uitzicht hebben, Hij is er altijd, en Hij kan ons hart tot rust brengen, stilte gunnen. Want er is een overkant waar we verwacht worden, geen abrupt einde zoals bij de brug in Mexico, ergens   kunnen we thuiskomen bij God. Waarbij we misschien het gevoel zullen krijgen: dat is nu waar ik in het diepst van mijzelf altijd naar verlangd heb, thuiskomen in Gods, geborgenheid,  waar elke traan gedroogd en   elk verdriet overwonnen is.

En ik ga graag nog even terug naar het lied van het Nederlandse Tv-programma, dat we hierbij een diepere dimensie kunnen meegeven.: “Als het einde komt, en het mij te donker is, mag ik dan bij Jou schuilen, als het nergens anders kan? En als ik moet huilen, droog Jij mijn tranen dan? Want als ik bij Jou mag, ben Jij altijd bij mij'.

Bert Taeymans

 

 

 


26 ste ZONDAG door het JAAR:  27 oktober - Wat wil je dat ik voor je doe ? – Mc 10,46-52 

 

 

Het relaas van de genezing van de blinde van Jericho dat we vandaag horen van de Marcus, dat we trouwens ook kunnen lezen bij Mattheüs en Lucas, is een dankbaar stuk om er een homilie over te maken omdat er zoveel symboliek in verscholen zit en ons vandaag nog zoveel kan leren. Samen met jullie ga ik proberen de boodschap naar ons toe te ontsluiten.

Waarover gaat het bij letterlijke lezing? Er is een blinde bedelaar, die vol geloof de voorbijgaande Jezus vraagt om genezen te worden en dit geschiedt ook. Maar wat opvalt is dat deze fysische genezing eerder een detail in de kantlijn is van het ganse gebeuren, de evangelist wil ons duidelijk veel meer vertellen. 

Allereerst benoemt Marcus in tegenstelling met vele andere genezingen de door de maatschappij verstoten persoon: het gaat over Bartimeüs, dit is zoon van Timeüs, geen onbekenden dus binnen de christengemeenschap zoveel jaren later op schrift gesteld.

Daarnaast zien we het voorval zo voor onze ogen afspelen: de man zit naast de weg, Jezus is op zijn levensweg naar Jeruzalem. En dan is er de ontmoeting tussen hen beide. Voor de blinde gebeurt een gehele transformatie vooral inwendig maar dit wordt versterkt door fysische tekenen. 

- Er is de hoop, het vertrouwen bij Bartimeüs als hij hoort dat Jezus in aantocht is. 

- Hij laat het horen: hij roept luidkeels en verklaart ook zijn volle geloof door het uitspreken van het korte maar krachtige gebed: ‘ Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij’. Hierdoor getuigt hij dat hij weet dat Jezus de ware, de Messias, is.

- Hij laat het ook zien: hij gooit zijn mantel af, zijn bescherming, zijn enige bezit. Door publiekelijk in zijn onderkleed te staan, maakt hij zich nog kleiner, kwetsbaarder, hij laat zijn ‘waardigheid’ varen.

- Dan komt hij in beweging, hij staat op en treedt Jezus tegemoet.

- Na deze genezing laat hij het verleden achter zich en volgt  resoluut Jezus als een volwaardige leerling op zijn weg. Jezus is zijn weg geworden.

Bekijken we nu even het relaas vanuit de positie van Jezus 

- Jezus is op weg, maar is tevens de weg, het voorbeeld om te volgen

- In tegenstelling tot de menigte die Jezus vergezelt en die de blinde toesnauwt, wil Jezus wel tijd maken voor deze verstotene, een sterk signaal.  Jezus staat ten dienste van de ander en dan vooral de zwakkeren, de hulpbehoevenden.

- Dan vindt er een echte ontmoeting plaats, er is de vraag – de interesse van Jezus ‘wat wil je dat ik voor je doe?’. Het is een open vraag die een antwoord verwacht van de ander. Er wordt niet beslist in de plaats van de ander, maar er is luisterbereidheid.

- De echte genezing vindt plaats door het geloof, en is dus vooral intern, hetgeen Jezus enkel bevestigt.

Ten slotte hebben we de evangelist die ons via zijn relaas verschillende boodschappen doorgeeft.

- Er zijn de blinden – zij die in letterlijke zin niet zien maar in feite helderziend zijn. en blijkbaar zijn wij ziende blind. Want Jezus zegt tot zijn leerlingen in een andere passage: ‘Gij hebt toch ogen, ziet ge dan niets?’

- Er is het volle geloof van de blinde in tegenstelling met de ongelovige Thomas de laatste zegt soms zoals wij  ‘eerst zien en dan geloven’. 

- Er is het verschil van de rijke jongeling die wel wilde, maar geen afscheid kon nemen van het materiële en van zijn omgeving,  Bartemeüs lukt dit wel.

- Er is dezelfde vraag als vorige week: wat wil je dat ik voor je doe? Maar het antwoord nu is totaal verschillend – de blinde vraagt niet om rijkdom, status of aanzien maar wel om het zicht, om op die manier het volle licht, om Jezus als voorbeeld te kunnen bewonderen en aldus te volgen.

- Er is deze volle leerling, die weet zonder te zien en dit tegenover de leerlingen van Jezus die hem wel volgen, lering krijgen maar toch een stuk in hun ongeloof blijven steken en dus als het ware geestelijk verblind zijn.

- Het Messiasgeheim eindigt hier, er moet niet langer gezwegen worden, de ziende wordt nu niet naar huis gestuurd maar mag Jezus volgen.

En wat kan dit evangelie ons vandaag leren?

- Allereerst de blinde – soms kijken we vooral met medelijden naar de gekwetsten rondom ons, naar armen- gehandicapten. Toch moeten we ons de vraag stellen of zij ons niet meer te leren hebben: soms zijn zij onze voorbeelden qua doorzettingsvermogen, vindingrijkheid, sterk karakter. Kunnen ze ons onze blinde vlekken aanwijzen. 

- Dit genezingsverhaal is vooral een roepingsverhaal, wat ook moge blijken uit de tekstuele lezing –er wordt vijf maal het werkwoord roepen gebruikt. We worden geroepen leerling te worden. Dit impliceert onder meer opkomen voor waardigheid en gerechtigheid van allen, een oproep tegen middelmatigheid. 

- Het belang van ontmoetingen, echte gesprekken. Zeker in deze tijd waar de sociale media zo’n belangrijke plaats innemen, is er de vereenzaming van zovelen, de vele gesprekken die al te vaak vertrekken vanuit onszelf waar te weinig aandacht is voor de noden, bezorgdheden van de ander. 

Als ik dit alles overschouw blijft voor mij die ene vraag: wat zou ik zeggen als Jezus me vandaag vraagt: wat wil je dat Ik voor je doe? Misschien vraag ik meer hoop, geloof en liefde: hoop om verder te zien, geloof om meer en scherpzinniger te zien, liefde om dieper te zien. Wellicht stelt Jezus ons deze vraag direct of indirect geregeld in onze sterke of zwakke momenten en moeten we die dan in een gebed of in een gesprek met onze naaste proberen een gepast persoonlijk antwoord te geven. Niet altijd gemakkelijk maar wel de moeite waard.

 
Rik Wyffels
 
 
 
 
21 ste ZONDAG door het JAAR:  26 augustus 2018
Beste vrienden in geloof, Heilige apostel Paulus schrijft: “Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk.” En zo bemint  Christus de kerk, omdat wij ledematen zijn van Zijn lichaam. Wat voor Paulus het geheim is, blijft ook voor ons gewone gelovigen een diep geheim. Op mysterie  hebben we geen antwoord, toch mogen we dankbaar genieten van de vraag, van de mogelijkheid om daarover na te denken en te delen. Vandaag spreekt Eerste lezing en Evangelie over kiezen, in tweede lezing over geheim van onze rol als ledematen van de kerk, ledematen van Zijn lichaam. Sterke woorden. Ledematen van Zijn lichaam. Grote verantwoordelijkheid voor elke kleine celletje  in deze heilige Lichaam om haar rol te herkennen en correct uit te voeren. Cel die van haar rol afwijkt wordt een kanker cel. Zo ook een mens die van zijn roeping afwijkt brengt schade aan medemens, kerk, creatie in het algemeen. Toch krijgt men een kans om te kiezen, een vrije wil. Is deze vrije wil absoluut? Nee, Jezus voegde er aan toe: “Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is.” Maakt keuze mogelijkheden ons vrij? Nee, kiezen is verliezen. Over Vrije wil beschikken is een zegen, maar ook een beperkingen tegelijk. Kunnen we bij het dragen van de gevolgen van onze keuzes ons beroepen op “het is mij niet gegeven”? Het lijkt me van niet. Hoe kunnen we dan een nuttige cel in deze Heilige lichaam van kerk en Zijn lichaam worden? Wellicht door te bidden voor een gave van geloof en wijsheid en ook blijven PROBEREN om ten minstens onze kleine dagelijkse taken correct te vervullen. Het zijn net dagelijkse kleinigheden waar we het meest dikwijls in vallen. Kleine handelingen, kleine onbewuste keuzes  die tegen de orde van Gods wereld ingaan: straat correct oversteken, niet te snel rijden, zoveelste kwade woord, zoveelste onverschilligheid, zoveelste… vallen. Maar als we weer en weer en weer opstaan en blijven PROBEREN, lukt het ons wellicht onze functie correct te vervullen? Zoals bij leren fietsen: na zoveelste keer opstaan ontstaat ineens die onbeschrijfelijke “HET” … die ons zo goed als levenslang bij blijft. Grote keuzes maken we meestal bewust, maar hoe aandachtig en bewust zijn we bij kleinere dagelijkse handelingen? Ben ik altijd bewust welke verlangens en behoeftes leiden me tot een of de andere gevoel, gedachte, woord, handeling? Hoe aandachtiger dat we ook iets klein zouden beslissen, hoe kleiner wordt de kans om te vallen en zo ook de Goddelijke orde rondom ons te verstoren. Met AANDACHT gericht naar Zijn licht… worden onze beperkingen en fouten duidelijker. Zoals bij autoruit: als we naar het licht rijden, pas dan zien we  wel hoe vuil dat de ruit ook is. Laat ons gelovigen van vandaag, door de gave van Goddelijke licht en wijsheid duizenden keren bewust en aandachtig PROBEREN onze keuze voor Zijn Woord te getuigen. Getuigen….functionerend als een cel in het lichaam van de kerk en door diepe mysterie dus ook een cel in Zijn lichaam.
WIJ CELLETJES  IN ZIJN LICHAAM  BEWUST, AANDACHTIG  DAGELIJKS  KIEZEN OM TE PROBEREN TE GETUIGEN … dat wij zoals Petrus en vele andere de volgers van Zijn woord blijven…
 
Aurelija
 
 
 
 


SACRAMENTSZONDAG 3 juni 2018

Lichaam en Bloed van de Heer Spreek, Heer, uw dienaar luistert

Het feest van Sacramentsdag dat wij vandaag vieren sluit natuurlijk nauw aan bij de viering van het Laatste Avondmaal, dat in alle christelijke belijdenissen volle aandacht krijgt. De neerslag van die laatste avond met zijn leerlingen vinden we terug in de evangelies en ook Paulus weet te vertellen dat hij dat hij dit uit  de traditie kreeg aangereikt. In de Handelingen van de Apostelen lezen wij: “Op de eerste dag van de week kwamen zij bijeen   voor het breken van het brood.”. Al vroeg ontstond ook de gewoonte om de resten van het geconsacreerde brood te bewaren voor zieken en stervenden, het 'viaticum'. Voor Rooms-katholieken en Orthodoxen is de eucharistie een herdenken van avondmaal, de dood en opstanding van Jezus, het vieren van zijn aanwezigheid en een vooruitblik op het hemelse gastmaal waartoe wij geroepen zijn. In de 13de eeuw groeide het gebruik om buiten de viering om ook eer en aanbidding te kunnen bewijzen aan het sacrament. Het was een Luikse kloosterzuster die er de voorvechtster van werd en geleidelijk werd het feest   ook in heel de Westerse Kerk gevierd. Alleen was er twee eeuwen eerder de scheuring gekomen en waren de Oosterse Orthodoxe Kerken afgescheiden: zij hebben dan ook nooit het feest of de aanbidding gekend, maar wel stond bij hen  de viering van het Laatste Avond maal heel centraal in  de 'Heilige Liturgie', die krijgt nog alle aandacht en kan ruim twee uur duren.

De Protestantse Kerken hebben in de 16de eeuw de aanwezigheid van de Heer in de eucharistie verworpen en kennen dus alleen een Avondmaalsherdenking  en dus ook geen Sacramentsdag. Welke aandacht kreeg het feest dan bij ons. Elke parochie had zijn eigen sacramentsprocessie en zijn dag van uitstelling gedurige aanbidding. Sinds de jaren zestig zijn de meeste processies weggevallen, maar de sterkste werden behouden, vernieuwd en opgefrist. Ook in onze streek zijn er enkele die hebben overleefd en die veel aandacht krijgen.       De laatste jaren groeit er terug meer aandacht voor uitstelling en aanbidding: momenten van intens gebed, ook in Sint-Paulus.

Vandaag willen wij dan ook het feest wat meer aandacht geven: na de communie houden wij het sacrament nog even op het altaar en na  bewieroking geven wij er de zegen mee. Maar wat ga je dan vertellen aan de Heer bij die korte aanbidding?   Ga je misschien iets vragen? Misschien kunnen wij nog beter inspiratie vinden bij een oud, traditioneel Joods gebed: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert'. Misschien moeten ook wij meer leren luisteren wellicht heeft de Heer ons iets te zeggen. Jacques Leclercq is een moraalfilosoof  en was prof aan de Leuvense universiteit; In 1936 werd hij benoemd tot lid van de Academie en moest hij dus een inauguratierede uitspreken. Hij voelde zich sterk gegrepen door de druk en de jacht van het leven, ja, toen al, en de moeilijkheid om tijd te vinden voor rust en gebed. Met een  knipoog naar Erasmus met zijn 'Laus Stultitiae', zijn 'Lof der Zotheid', koos hij als titel: 'Eloge de la Paresse”, 'Lof der Luiheid'. En daarin keek hij onder andere naar Mozes,  die we ook in de eerste lezing gehoord hebben. Ik wil jullie zijn mooi verhaal niet onthouden.   Luister maar. “Wij lezen in het Boek Exodus, dat Jahweh Mozes op de berg riep. Mozes beklom de berg en drong de wolk binnen, die de top bedekte. Hij wachtte op de stem van God, maar God sprak niet. Mozes wachtte een heel uur,  hij wachtte een dag, maar God sprak niet. Hij wachtte en tweede dag, maar God zweeg. Een derde, een vierde dag, Mozes wachtte een hele week. De zevende dag sprak God. Wij kunnen God niet laten komen zoals wij bijvoorbeeld een portier bellen; Om de stem van God te horen, moeten wij de kunst van het wachten verstaan. Mozes wachtte op de berg; wat deed hij op dat ogenblik. Niets – hij wachtte. Was dat omdat hij niets te doen had? O jawel! De geschiedenis houdt het niet verborgen: nauwelijks was hij weg, of alle Joden in  de vlakte begonnen al met elkaar te vechten... Toch blijft Mozes onderwijl op de berg. Hij verliest tijd – volgens onze hedendaagse opvattingen. Hij blijft, omdat hij wacht op de stem van God. De zevende dag spreekt God. Hoort u nooit de stem van God? Maar als u de berg had beklommen,  zou u na een half uur gezegd hebben: 'Het duurt mij te lang!' en u zou eer zijn afgedaald”. 
Tot hier de passage uit de toespraak van Professor Leclercq.   tijd vrij te maken op de berg, en ook leren luisteren, kijken en luisteren. Mogelijk heeft God ook ons wel iets te zeggen.

 

Bert Taeymans