Artikelindex

 

 
Zondag 16 door het jaar / Onkruid tussen tarwe – Mt 13,24-43 –  weekend 18-19 juli 2020

Daarnet hoorden we het 2e deel uit de parabelrede van Mattheus. Inderdaad het 13de hoofdstuk bestaat uit zeven parabels, waarvan we vorige week de parabel van de zaaier hoorden, deze week de drie gelijkenissen van het koninkrijk der hemelen en volgende week horen we de drie resterende rond het thema schat.

We kennen onderhand wel deze parabels, maar begrijpen we ook de gelaagdheid ervan, slagen we er ook in om deze in onze leefwereld toe te passen?  Laten we het samen even proberen.

De boer bewerkt het land met grote zorg, zaait maar niettegenstaande alle goede zorgen groeit er zowel tarwe als onkruid. En dan komt de vraag: wat moet er gebeuren? Gaan we snel optreden met de kans een deel van de goede vrucht te vertrappelen of mee uit te roeien of wachten we tot het betere moment? Jezus geeft ons het antwoord van de zaaier: “Laat ons nog even wachten. Op het moment van de oogst kunnen we deze opdeling nog maken.”

De akker staat hier symbool voor de buitenwereld maar ook voor onze binnenwereld, ons hart. We kunnen er niet om heen, we leven niet in de ideale wereld, verre van. Er is de brede waaier van het gitzwarte kwaad naar het bijna bovenmenselijke goede. Maar ook bij onszelf ervaren we naast een aantal goede eigenschappen ook onze schaduwzijden, onze werkpunten. En dan stelt zich de vraag, wat leren we uit de houding van God, in de metafoor van de zaaier? Allereerst God grijpt niet rechtstreeks in. Hij gunt de mensen hun zelfstandigheid. Hij respecteert de keuzes die gemaakt worden welke die ook zijn. God kijkt met mildheid naar zijn schepping. Hij geeft ook wie afwijkt van de rechte weg altijd weer nieuwe kansen. Daarnaast suggereert de parabel ook dat het onderscheid tussen tarwe en onkruid, tussen goed en kwaad voor ons niet eenvoudig is. Soms ervaren we ook dat niet alles is zoals het zich bij een eerste ontmoeting of observatie aandient. Conclusies op basis van onvolledige, vertekende of valse informatie – het ondertussen bekende ‘fake news’ laat zien dat we in deze informatiemaatschappij op onze hoede moeten zijn.  

Vanuit deze vaststelling worden we opgeroepen om als we in de spiegel kijken, mild te zijn voor onszelf - onze zwakke punten te ervaren als verbeterpunten, en vooral met onze talenten naar de andere tegemoet te treden. Het besef dat niemand van ons vrij is van kwaad, moet onze tolerantie voor de ander vergroten. Laten we dus niet direct met onze mening, onze terechtwijzing klaar staan. Laten we beseffen dat we nooit alle facetten van de realiteit zien maar enkel vanuit ons gezichtsveld, onze normen en waarden, kortom door onze bril. Dat we allen ons eigen levenspad bewandelen waarbij we ook de ander toelaten om aan zichzelf te werken, om bij te sturen, om te groeien. Als de knechten vragen om de het onkruid radicaal uit te trekken, horen we dat er een andere en wellicht efficiëntere manier is om met het ‘kwade’ om te gaan, om de spiraal van geweld te doorbreken. In plaats van de zogenaamde vergelding, moeten we zoeken naar de goede wil bij de ander, toenadering zoeken en geduldig luisteren. Deze aanpak brengt op lange termijn meer vrucht op dan het direct overgaan tot een tegenreactie door het gewelddadig wegmaaien wat voor mensenogen onkruid is. 

Toch nog even de symboliek duiden bij de twee kortere parabels: de parabel van het mosterdzaadje symboliseert de groei naar boven, de groei voor de buitenwereld, de groei naar en binnen de gemeenschap toe. De gist in het brood staat dan weer symbool voor de groei vanbinnen, de interne groei, de geestelijke verdieping, de groei naar God toe.

Paul Schollaert resumeert de drie parabels als volgt prachtig samen en ik citeer hem: 

Van de zaaier van het goede zaad leren we het goddelijke geduld met de mens, heen en weer tussen zijn goed en zijn kwaad; en ook leren wij dat geduld een ‘goddelijke’ deugd voor de mensen is, misschien wel de mooiste zijde van de liefde.

Van het mosterdzaadje leren wij het goddelijke vertrouwen in de mens, zijn goddelijke voorkeur voor het kleine en dat deze voorkeur voor het kleine een ‘goddelijke ‘ deugd voor de mensen is, misschien de meest kenmerkende zijde van het geloof.

Van de gist leren wij de goddelijke dynamische kracht die aan het werk is in het hart van de mens, Gods goedheid, niet te stuiten en niet te verstikken, en ook dat aanstekelijke en nooit aflatende goedheid een ‘goddelijke’ deugd is voor mensen, misschien de mooiste zijde van de hoop.

Laten we dus in deze vakantieperiode, naar onszelf , onze dierbaren en de mensen die we ontmoeten leren kijken en handelen op  Gods wijze: geduldig, vertrouwensvol voor het kleine en kwetsbare en dit met een volhardende goedheid. Dat dit voor ons allen een leerrijke groei- ervaring moge zijn.

Rik Wyffels