Artikelindex

 

Patroonsfeest   - Paulus' roeping  -  26 januari '20 – A  -  Paulusgemeenschap

 

Feest van de heilige Paulus, patroonsfeest: wij vieren het elk jaar rond 25 januari, wij zijn toch de Sint-Paulusparochie. Maar wie is eigenlijk die Paulus? Hij duikt voor het eerst op in de Handelingen van de apostelen bij de steniging van de diaken Stefanus.  Er staat bij vermeld: de jongeman Saulus keek erbij toe en keurde het goed. Een beetje een valse start voor een toekomstige heilige...Nadat de apostelen op Pinksterdag naar buiten zijn getreden, krijgen zij al vlug af te rekenen met tegenstand van de leidende Joodse kringen en christenen worden opgepakt en gevangen gezet. 

Paulus is een gelovige Jood, komt uit een farizeïsch milieu. Al die drukte rond die man van Nazareth lijkt hem maar gevaarlijke nieuwlichterij, en hij wil er dan ook  zelf werk van maken. Hij vraagt geleidebrieven om naar Damascus te trekken en daar die Nazareeërs op te pakken en gevangen te zetten.

Maar dan gebeurt het: in het zicht van Damascus ziet hij een helle lichtflits, wordt van zijn paard gedonderd en hoort een stem: “Saulus, Saulus, waarom vervolgt gij mij?” Hij is lelijk van de kaart als hij in de stad aankomt en ziet geen hand voor zijn ogen. Daar wordt hij door Ananias opgevangen en geleidelijk komt hij tot inzicht: die Jezus  betekent geen breuk, maar de vervulling van het Joodse geloof en de profeten. Hij gaat daarvan ook getuigen over Jezus in de synagoge, maar krijgt er tegenwind: dat is toch die man die ons heeft vervolgd! Er is zelfs een plan om hem te  doden! Het wordt hem te heet onder de voeten en hij moet weg uit de stad, maar de stadspoorten zijn door Romeinse soldaten bewaakt. Vrienden helpen hem om te ontkomen: hij wordt in een mand over de stadsmuur neergelaten. Hij trekt dan  rond langs verschillende steden en sticht er gemeenten: Antiochië, Cesarea, Tarsus. Hij blijft zich altijd bewust van zijn verleden: Christus is gestorven en en verrezen, Hij verscheen aan zijn  apostelen, pas op het laatst ook aan mij, aan het misbaksel dat ik was, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd.

En dan begint hij aan zijn drie grote reizen. Maar geen reisagentschappen, geen openbaar vervoer, geen reisverzekering... te voet, te paard of overzee met een zeilschip, dat afhankelijk is van een gunstige wind. Maar overal krijgt hij af te rekenen met Joden die in contact staan met de Joodse leiders: Ikonium, Antiochië. In Lystra wordt hij met stenen bekogeld. Aan de Korinthiërs schrijft over de moeilijkheden bij het reizen: “Vijf keer hebben de Joden mij gestraft met 39 zweepslagen, drie keer gaven de Romeinen  mij stokslagen, drie keer heb ik schipbreuk geleden, Voortdurend onderweg, gevaren op rivieren, in  de stad, in de woestijn,    rovers onderweg en daarbij honger en dorst”.

In Korinthe ontstaat er deining bij de jonge christenen: sommigen noemen zich leerling van Paulus anderen van Apollos of van Kefas, of van Christus. Paulus schrijf in een brief: 'Is Jezus soms verdeeld? Of is Paulus gekruisigd? Paulus heeft geplant, Apollos heeft besproeid, maar God geeft de groeikracht: wij hebben het allen over dezelfde Jezus'. Die brief bevat ook het mooie Hooglied van de liefde;: “Geloof, hoop en liefde, maar de liefde is het belangrijkst. Zonder liefde ben ik niets”.

In Efese, in Griekenland wordt  de godin Artemis vereerd in een tempel. Daar woont ook de zilversmid  Demetrius en die maakt kleine beeldje van de godin die in de winkeltjes rond de tempel verkocht worden aan de bedevaarders. De zilversmid voelt zich bedreigd en roept de massa samen in het stadion: protest tegen broodroof! Ook hier moet hij vertrekken.

In Athene op de areopagus heeft hij geen succes: hij spreekt over een altaar aan een onbekende god dat hij zag, maar toen hij over de verrijzenis sprak, haakten de toehoorders af: 'Daarover zullen wij je op een andere keer wel eens horen!'  Van nu af geen mooie verhalen meer, enkel de onverkorte boodschap over Jezus als Messias.

Maar dan legt hogepriester Ananias een  klacht neer bij de Romeinen: 'Paulus brengt met die nieuwe beweging overal onrust'. Paulus antwoordt: “Ik ben een Jood geboren in Tarsus in, Cilicië, kom uit een familie van Farizeeën  en heb gestudeerd bij de bekende Schriftgeleerde Gamaliel”; Ik ben een Romeins burgen en jullie mogen mij geen zweepslagen geven ik doe dus  een beroep op de rechtspraak van de keizer”.

De Romeinse gouverneur Felix zet hem gevangen, maar vindt geen schuld. Het gaat volgens hem enkel om Joodse innerlijke godsdiensttwisten. Paulus zit nog twee jaar in de gevangenis en het is pas de nieuwe gouverneur Porcius Festus die de gevangene onder militaire bewaking op een schip zet naar Rome.

Het schip komt in een zware storm terecht, loopt vast op een zandbank en de zware golven doen het doormidden breken. De drenkelingen komen ten slotte aan land, maar hebben er geen benul van waar ze zijn: het blijkt het eiland Malta te zijn. 

Onder bewaking van de soldaten mogen zij  in  een huis verblijven,  tot er een schip naar Rome vertrekt.

Daar mag Paulus onder bewaking  een huisje huren in afwachting van zijn proces. Hij geniet wel een zekere vrijheid van handelen en beweging, mag er mensen ontvangen en zo kan hij blijven getuigen. Zo groeit er een christen gemeente in Rome. Er verlopen, twee jaren. Maar bij de grote brand van Rome geeft  keizer Nero de schuld aan de  christenen er komt een vervolging, waarbij ook Paulus onthoofd wordt. Volgens de legende op de plaats waar nu de kerk van Sint-Paulus-buiten-de-muren staat.

Vanuit Rome zal het christendom zich verder verspreiden over Zuidelijk Europa. In latere eeuwen zal de paus Angelsaksische en Franse monniken oproepen om ook in het Noorden de Blijde Boodschap te brengen. En zo laten bekende namen bij ons hun sporen na: Willibrordus, Bonifatius,, Amandus, Eligius, Rombout.... Zij zijn allen de marteldood gestorven: zij hebben ons Christus leren kennen. Zonder de reizen van Paulus  naar de heidenen was de Boodschap via Rome  ten slotte ook bij niet bij  ons terecht gekomen. En dat vieren wij vandaag.

 

Bert Taeymans