Artikelindex

 

Zondag 15 d/h jaar Van wie ben ik de naaste?

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat, in  het kader van het Apolloprogramma, een mens voor het eerst voet op de maan zette. In diezelfde periode van ontdekkingen in de ruimte verklaarde een Russische astronaut: 'Ik heb de hemel in  alle richtingen doorkruist, maar ik heb God nergens ontmoet'. Een beetje propaganda was altijd wel meegenomen. En ook  de Amerikaan zal op de maan geen 'aangename kennismaking' hebben kunnen zeggen.

Maar hoe kunnen wij God dan wel op het spoor komen? Als de Israëlieten klaar staan om het Beloofde Land binnen  te trekken, horen we Mozes in de eerste lezing zeggen: 'De weg om God te ontmoeten in zijn geboden, die ligt niet hoog in de hemel, of ver overzee. Nee, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart.  Gij kunt het dus volbrengen'. Er is dus mogelijkheid tot contact.

Het dagelijkse Joodse rituele gebed begint met de woorden: 'Luister, Israël'. Want God heeft ons iets te zeggen, en dat terwijl wijzelf altijd wel ons verlanglijstje klaar hebben. Dat mag natuurlijk, en wij mogen Hem ook vertellen over onze vreugde en onze pijn. Maar luisteren is dus belangrijk, want God heeft ons immers iets te zeggen.

Paulus zet ons vandaag verder op weg. In Jezus  heeft God zich aan ons geopenbaard, Hij is het beeld van de onzichtbare God. Met de Vader stond Hij aan de oorsprong van de schepping, en Hij staat ook aan het begin van de Kerk, want Hij heeft ons verzoening gebracht. Wanneer er  van verzoening sprake  is, is  ook het contact hersteld, in Jezus van Nazareth hebben wij dus een houvast, een brug naar God.

Ook de wetgeleerde uit het evangelie worstelt met het probleem hoe hij met God op goede voet kan leven. Het blijkt dat hij de wet van de liefde altijd gevolgd heeft, maar hoe zit dat juist met die 'naaste'? Om wie gaat het hier eigenlijk?

Vraag die ook ons kan bezighouden. Gaat het ook om die ene wat lastige buur? Een vluchteling misschien, een gevangene? Iemand die je wel eens een voetje heeft dwarsgezeten? Of misschien die bankdirecteur waarvan je vindt dat zijn bonus toch wel wat te groot uitvalt?

Jezus put hier naar zijn voorraad verhalen, parabels die altijd wat verrassend overkomen. Als een echte profeet strijkt Jezus hier wat tegen de haren in, en hij draait de vraag om.

Wie, van die reeks mensen die passeerden op de plaats des onheils heeft zich  een echte naaste getoond? Wie gedroeg zich echt verantwoordelijk tegenover de beroofde man? Niet de priester of de leviet, maar uitgerekend een Samaritaan, iemand die bij de Joden uit Jeruzalem maar scheef bekeken werd omdat die bevolkingsgroep  niet deel nam aan de eredienst in de tempel. 

De conclusie van de parabel ligt voor de hand: ga op dezelfde manier te werk. De vraag luidt niet: 'wie is mijn naaste? Maar: van wie ben ik de naaste?

Je zit dus niet echt goed als je louter de wettelijke regels naleeft, het kan zijn dat de liefde meer van je vraagt. Hoe ver moet dat dan gaan? Dat is  juist niet in regels te vatten. Jezus zegt; “Wees barmhartig zoals je hemelse Vader barmhartig is'. Geen simpele opgave dus. Het vraagt van ons een fijngevoeligheid om te weten waar en wanneer er naar ons een uitnodiging, een vraag uitgaat vanuit de gewone gebeurtenissen van elke dag. Want juist daarin spreekt God tot ons. 'Luister, Israël'.

Niet zo eenvoudig dus, als je gewoon bent van alleen maar op je lijstje aan  te stippen  wat je zojuist afgewerkt hebt.

We moeten dus proberen na te gaan of we in een bepaalde situatie  niet verder kunnen, moeten   gaan. Dat mag ons anderzijds ook niet opzadelen met een gevoel van: het wordt me te veel, ik kan het niet aan. We hoorden Mozes in de eerste lezing al: 'Wat God vraagt is niet te zwaar, dat ligt niet buiten jullie bereik'. Kardinaal Danneels zegde dikwijls: je moet zover gaan als je kunt, maar niemand moet zich verplicht voelen op zijn tippen te gaan staan. Naastenliefde moet je heel ontspannen kunnen beleven.

En we zijn ook niet op onze eigen krachten alleen aangewezen. Wekelijks vieren wij eucharistie, herinnering aan wat Jezus deed,  het nu daarvan vieren en daarbij uitkijken naar een nieuw leven, voorafbeelding van het hemelse Jeruzalem.

In de communie wordt dat werkelijkheid: wij worden opgenomen in  die goddelijke liefde, wij nemen er deel aan. 'Wie mijn brood eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem', zegt Jezus.

Dat sterkt ons  om onze weg te vinden  op het pad.

 

Bert Taymans