Artikelindex

 

 

 

ALLERHEILIGEN - ALLERZIELEN / De acht zaligheden – het 1e deel van de Bergrede – Mt 5, 1-12a 

Vandaag horen we in dit weekend van Allerheiligen het 1e deel van Jezus’ Bergrede, met name de acht zaligheden. In feite heeft deze Bergrede een sterke parallel met Mozes en de tien geboden. Maar in tegenstelling tot het oude verbond met de in de rots gebeitelde wetten, is het nieuwe verbond van God met de mens, zoals Jeremias het had geprofeteerd een verbond gegrift in het binnenste, in het hart, gaat het niet om het formalisme maar om onze innerlijke levenshouding. Dit is ook wat we bij de aanhef van de Bergrede horen.

Hoewel we deze tekst goed kennen, is het de vraag of we ze ook correct begrijpen? Laten we alvast een poging wagen.

Het begint met ‘gelukkig die arm van geest zijn, want hen behoort het rijk der hemelen’. Inderdaad bij de woorden – arm van geest – is ons beeld wellicht niet correct met wat Jezus en de evangelist bedoelden. In die tijd waren er de Amha’arets, platteland landbouwer – een volk dat de Wet of de Thora niet kenden. Omwille van dit gebrek aan kennis bestond er een verbod om hen barmhartigheid te bewijzen. En net deze Amha’arets slaagden erin hun echtheid, dus zonder dat dat ze de formele wetten kenden, een diepere en warmere band met God te hebben dan de farizeeën, sadduceeën en schriftgeleerden."  

Zalig de "armen" verwijst dus naar het innerlijke. Jezus prijst hier de innerlijk eenvoudigen, zij die met respect en bescheidenheid omgaan met de mensen en de dingen. Innerlijke eenvoud hebben zij die niet rijkdom en bezit, weelde en luxe als het einddoel van hun leven zien maar gericht zijn naar de ander en bereid met anderen te delen. 

De "treurenden" die Jezus zalig prijst, zijn niet de zwartkijkers en de pessimisten die zichzelf beklagen, maar diegenen die oog hebben voor en meevoelen met het verdriet en het leed van anderen. Die zich ook inzetten om er iets aan te doen.

De "zachtmoedigen" die Jezus zalig prijst, zijn niet de sentimentele zwakkelingen, maar wel de lieve, tedere, geweldloze mensen. Zalig zij die geen haatdragers zijn of aangedaan leed willen vergelden, maar het hen aangedane onrecht kunnen vergeten en de ander nieuwe kansen en toekomst bieden.

De "gerechtigen" zijn niet diegenen die erop uit zijn hun recht op te eisen, maar wel diegenen die voor iedereen zonder onderscheid en op dezelfde manier waardering kunnen opbrengen. Mensen die opkomen voor de vrijwaring van mensenrechten van allen en zeker optreden in naam hen zonder stem.

De "barmhartigen" zijn niet de bevreesde slappelingen, maar diegenen die zo sterk zijn dat zij de eerste stap durven zetten om te vergeven. Dit zijn mensen waar het leed van anderen hen niet onberoerd laat en zij staan klaar om hen te helpen. Maar dit zijn ook zij die geduldig barmhartig blijven ook voor wie hardnekkig fouten maakt in het leven.

De "zuiveren van hart" zijn niet de puriteinen, maar de ongecompliceerden, de rechtzinnigen. Zij hebben een hart dat eerlijk en loyaal is. Ze gaan zonder bijbedoelingen, zonder leugen, zonder winstbejag met de ander om en in deze ontmoeting met deze ander erkennen zij God. 

De "vredestichters" zijn niet diegenen die, om zelf geen last te krijgen, alle ruzies proberen te sussen en alle problemen proberen toe te dekken, maar wel diegenen die in oprechte verstandhouding met hun medemensen willen leven. Zij proberen bij conflicten mensen met elkaar te verzoenen en zo vrede te bewerken. 

De "vervolgden" zijn niet diegenen die zich steeds tekort gedaan en verongelijkt voelen, maar diegenen die de verdediging van de onderdrukten en de machtelozen moedig op zich nemen. Mensen die kunnen incasseren, net omwille van hun inzet voor rechtvaardigheid, om hun keuze voor de zwakken.

Vandaag vieren we onze heiligen, en in de eerste novemberdagen noemen we alle heiligen in één adem met al wie ons bijzonder dierbaar blijft, ook al zijn ze gestorven. Heiligen zijn gesneden uit het hout van de evangelische Zaligsprekingen. Mensen die durven liefhebben, hopen en geloven volgens de inspirerende woorden die we zonet hoorden. Heiligen kijken met liefdevolle ogen naar onze tijd en onze medemens. Heiligen, de grootsten en de kleinsten, slagen erin, door hun medemens nabij te zijn,  een beetje hemel op aarde te creëren. Uit de constitutie van het 2de Vaticaans concilie, Lumen Gentium, zijn we allen geroepen tot heiligheid. Laat ons dus volhouden in liefde, hopen op een troostend weerzien en geloven dat we nu reeds in de ander God mogen ontmoeten. 

En ik wil afsluiten met een mijmering van Valeer Deschacht:

Mocht het zo worden:

de krenterigen vrijgevig, 

de hooghartigen eenvoudig, 

de koppigen zachtmoedig, 

de humeurigen blijmoedig, 

de zelfgenoegzamen medelevend, 

de onvriendelijken attentievol, 

de ongeduldigen rustig, 

de ontrouwen loyaal, 

en ikzelf de mens die ik zou moeten zijn.

 


Rik Wyffels