Artikelindex

 

 
Zondag 13 door het jaar / Zendingsrede: de weg van de kleine goedheid   -  28 juni '20 – A

 

We zouden kunnen zeggen dat Elisa een mobiel beroep heeft. Hij is profeet en is dagelijks onderweg om onvermoeid zijn boodschap  overal te kunnen uitdragen. Daarbij moet hij toch af en toe ergens kunnen 'landen', en daar zorgt een welgestelde dame uit Sunem (Sunamitische)  voor: zij zorgt voor een maaltijd en  een glas fris water. 

Maar zij kijkt verder: zij ziet in hem een man Gods en samen met haar man zorgen zij voor een kamer met enig comfort, om er ook wat rust te kunnen vinden en te overnachten.

De profeet overlegt met zijn dienaar, zij vinden dat zij toch wel iets moeten terugdoen. De dienaar Gechazi zegt: de vrouw heeft helaas  geen zoon, en haar man is al oud, en  Elisa belooft haar dat zij over een jaar een zoon zal hebben. Dat roept herinneringen op aan het bezoek van de drie engelen  bij Abraham en  Sara, of de boodschap die Zacharias in de tempel krijgt voor zijn vrouw Elisabeth. Een verre voorbereiding van hoe het Maria zal vergaan. Een voorbeeld van Goddelijke pedagogie.

Bij God wordt het onmogelijke toch mogelijk: de bijbel staat vol van zulke paradoxen.

Als Jezus zijn leerlingen er op uitstuurt, geeft hij hun in zijn zendingsrede wat didactische tips mee: hoe moeten zij dat aanpakken? Hij stelt daarbij ook zijn voorwaarden en die zijn  niet licht: leerling van Jezus zijn is geen kleintje. Hij formuleert het vrij scherp: achterlaten wat je dierbaar is en je kruis opnemen. Dat kruis doelt niet op de eerste plaats op fysiek lijden en pijn, maar wel de pijn van het loslaten: je eigen kleine belangen, eigen berekening,  je egoïsme opzij kunnen  zetten. Hem volgen betekent niet de eigen ontplooiing, je zelfrealisatie voorop zetten, maar  wel de zorg om de kleinen en kwetsbaren. Wie dat niet kan is Mij niet waardig, zegt Jezus.

Maakt dat ons onzeker? Zijn wij wel waardig genoeg? Denken  wij dan aan Johannes de Doper, die zich niet waardig genoeg  vond op Jezus' schoenriem los te maken, maar die Hem toch mocht dopen.  of aan de honderdman die zich niet waardig achtte om Jezus in zijn huis te ontvangen, maar die toch verhoring kreeg, of aan de verloren zoon, die zijn  vader niet onder de ogen durfde te komen, maar toch met alle egards overladen werd.

Jezus ziet het anders: Wie een profeet opneemt omdat het een profeet is, zal het loon van een profeet ontvangen, en wie een van die kleinen  maar een beker water geeft,  die zal zijn loon niet ontgaan. En hoe verliep het de tollenaar die in de tempel niet durfde opkijken en alleen maar wat woorden kon stamelen: hij kon wel  gerechtvaardigd heengaan. Bidden is ons herinneren hoe graag God ons ziet, en dat geeft vertrouwen.. Het gaat niet om grote realisaties, meer om de kleine stap naar de andere en er het gelaat van Jezus in herkennen.. Net zoals Christus een nieuw leven gaan leiden  in verbondenheid.  Daartoe zijn wij geroepen door ons doopsel.

De Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas noemt het: aanspreekbaar zijn  voor de kwetsbare andere. De weg van de kleine goedheid. Hij zegt o.m.: het mirakel van het menselijke in de mens is tegelijk ook het goddelijke in de mens. 

Ik wil hierbij even citeren uit Levinas, straks krijgen we daar meer van  in de overweging na de communie.

'Het enige wat overeind blijft

is de kleine goedheid van het dagelijkse leven.

Ze is fragiel en voorlopig.

Ze is een goedheid zonder getuigen,

in stilte voltrokken.

...Het zijn gewone  mensen, 'simpele zielen', 

die haar verdedigen en ervoor zorgen

dat ze zich telkens herpakt,

ook als is ze volstrekt weerloos,

tegenover de machten van het kwaad.'

De mens die zich klein opstelt is tot meer in staat, en dan ligt het voor de hand dat wij denken aan   de inspanningen van de vele dokters,  de naamloze  gezondheidswerkers  de zovele andere  zorgverleners  en de ondersteuning in deze coronatijden.

Wie zich openstelt voor de vraag van Jezus, mag rekenen op de Geest, die waait waar Hij wil, die zacht maakt wat verhard is en het verkilde hart verwarmt, lafenis is voor het hart dat lijdt, en rust brengt die alle onrust verdrijft, die ons inspireert en aanzet om onszelf te overstijgen. 

Hij is het die het onmogelijke mogelijk maakt, helemaal in de lijn van de Bijbelse traditie.

 

 

Bert Taeymans