Artikelindex

 

 

Wees niet bang – Mt 10,26-33 – weekend 20-21 juni 2020

Het evangelie dat we vandaag hoorden, kunnen we merkwaardig genoeg op 2 manieren lezen en verstaan. Dit hangt vooral af van de wijze welke intonatie en accentuering we maken. Laten we dit kort even toelichten in een samenvattende versie:

je moet geen schrik hebben, de waarheid, waar je wellicht voor vreest, komt toch aan het licht. 

je moet geen schrik hebben: als je niet doet wat je doen moet, dan kom je toch in de hel terecht. 

je moet geen schrik hebben als je Mij (Jezus) verloochent, als je me niet kent, dan zal Ik je ook niet kennen als het erop aan komt, bij mijn Vader in de hemel. 

Kortom wie de waarheid geweld aandoet of deze verborgen wil houden, wie leeft alsof God noch gebod bestaat, wie Christus verloochent: die heeft heel wat te vrezen. Wellicht heeft deze lezing vele generaties christenen beangstigd, maar daarop ligt niet het hoofdaccent.

Angst en vrees zitten diep in ons, in de huidige corona -omstandigheden werd dit gevoel nog versterkt. Angst voor onze gezondheid, angst voor onze job zeker in de context van te verwachten economische crisis. Bezorgdheid om onze relatie, de kinderen en kleinkinderen. Angst voor de wereld waarin we leven: het samenleven met mekaar, de mogelijke terreur, klimaatveranderingseffecten. Angst is niet verboden, is menselijk maar het mag ons niet verlammen, anders komen we niet vol leven.

Maar Jezus geeft ons Zijn antwoord. Heb vertrouwen, en dit tot drie maal toe. Deze lezing van het evangelie klinkt dan samengevat als volgt:

kies voor de waarheid, consequent en in alle openheid. Dan hoef je niet bang te zijn, want uiteindelijk zal zij aan het licht komen.

blijf trouw aan je roeping en je gegeven woord. Dan hoef je niet bevreesd te zijn, al kost het je nog zoveel pijn en moeite, zelfs ten koste van dit aardse leven.

kom ervoor uit dat je mijn leerling bent, dat je mijn boodschap behartigt en uitdraagt, dat je dit programma van verbondenheid onderschrijft en beleeft in woord en daad. Ook Ik zal er zijn voor jou tot het einde toe.

Nu klinkt hetzelfde evangelie als volgt wie de waarheid dient, wie gewetensvol handelt, wie in het voetspoor van Jezus treedt, hoeft niets te vrezen. Deze basisboodschap hield Johannes Paulus II ook op 22 oktober 1978, bij zijn aanstelling als paus: “ Wees niet bang, open de deuren, ja zet ze wijd open voor Christus. Laat Jezus zijn werk doen via jullie.”

Vertrouwen hebben, “spring maar, we zullen je wel opvangen, er kan je niets gebeuren”. Allemaal hebben we deze situaties in onze jeugd en in ons leven al vaker mee gemaakt: onze eerste voetstapjes in het leven,  toen we leerden fietsen, bij onze eerste zwembeurt, onze eerste rijervaring, maar ook bij ons een eerste mondeling examen, een nieuwe job… Het gevoel van angst overwinnen, springen in vertrouwen met een gevoel van zekerheid dat er wel een vangnet is. En ja onze ouders, onze partner, onze collega, vrienden stonden en staan klaar maar ook in gebed voelen we regelmatig de steun als we het moeilijk hebben. Dit besef dat we er niet alleen voor staan, dat onze naasten en bij uitstek God, met de naam Ik ben er voor jou, onze angsten kanaliseren en omvormen naar hoop als onze positieve wegwijzer.

Noch de profeet Jeremia die we hoorden in de 1e lezing, noch de apostelen en de jonge kerk hadden het gemakkelijk, maar ook vandaag ervaren we moeilijkheden. In sommige landen worden ook vandaag nog steeds gelovigen vervolgd omwille van hun geloof. In onze Westerse maatschappij bestaat er en ik citeer Marc Reynebeau die het als volgt verwoordde: ‘een publieke behoefte aan spiritualiteit, ethische reflectie en geestelijke verdieping.’ Laat dit een oproep zijn om ons geloof niet louter als iets persoonlijk en binnenskamers te beleven. Laten we ons niet bezorgd maken omtrent mogelijke reacties van onze directe omgeving of algemene reacties op sociale media. Laten we op een gepaste manier de christelijke waarden waar we achter staan, vertolken bij bespreking van maatschappelijke thema’s, bij het zoeken en aanbrengen van oplossingen voor actuele problemen, maar vooral door de christelijke wijze waarin we in het leven staan. 

Vandaag staan we kort voor de vakantieperiode. Het werk even opzij zetten, de dagelijkse beslommeringen van ons afzetten, tijd nemen om onze batterijen op te laden, extra tijd vrij te maken dit jaar wellicht voor onze buren, vrienden, onze verwanten, maar ook open te staan voor die onverwachte ontmoetingen, dat niet geplande, dat verrassende. Zo ontmoeten we wellicht ongevraagd mensen die twijfel hebben, die hun angsten en zorgen willen delen. Laten we naar hen eerst luisteren, hen troosten en bemoedigen, hen bezielen en inspireren, waardoor ze terug die sprankel hoop krijgen, het nodige vertrouwen  en energie hebben om hun weg verder te zetten.

Ik wil afsluiten met enkele regels uit een toepasselijk lied van Huub Oosterhuis met als titel ‘God die ons heeft voorzien en kent bij onze naam’:

Als God zo vóór ons is

wie zal dan tegen zijn?

Al wat ons overkomt

zal hoop en zegen zijn.

Geen mens die Hem weerhoudt

om onze God te zijn.

 

 

Rik Wyffels

 

 

 
Maar ik zeg jullie – deel 2    --- Mt 5, 38-48   22-23 februari 2020

Zonet luisterden we naar het vervolg uit de Bergrede van Jezus, dé verkondigingspassage waar Jezus de fundamenten van de christelijke levenswijze uitlegt aan zijn volgelingen. Vorige week hoorden we drie antitheses, vandaag zijn het er twee. Ter verduidelijking: een antithese is een stijlfiguur waarbij tegengestelde noties of begrippen verbonden worden, in dit geval door de woorden ‘maar ik zeg u. “ Deze passage zorgde in de tijd van Jezus voor veel commotie en heeft zelfs gedeeltelijk zijn latere gevangenisneming en veroordeling veroorzaakt. Graag wil ik met jullie  dit evangelietekst in deze homilie verder toelichten.

Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: oog om oog en tand om tand, maar ik zeg u..zo begint het evangelie. Zo maakt Jezus de verbinding met de Tora, de wetten uit het oude testament. Voor ons klinkt deze uitspraak nu barbaars, maar door deze wet werd de redeloze bloedwraak en de willekeurige vergelding vervangen door een proportionele straf in functie van het misdrijf. Een basisprincipe dat trouwens vandaag nog altijd geldt.  Jezus keurt deze wet niet af, want Hij zegde  enige verzen eerder “Ik ben niet gekomen om de wet of de profeten op te heffen, maar om ze te vervullen.” Men mag deze wet gebruiken, maar Jezus adviseert om niet direct beroep te doen op de rechterlijke uitspraken, maar predikt eerder verdraagzaamheid. Bij een letterlijke lezing en de aangereikte voorbeelden krijgt men zelfs het gevoel dat men zich moeten laten slachtofferen: “als iemand je een klap geeft op de rechterwang, biedt dan ook de andere wang aan.” Een gepastere uitleg zou evenwel kunnen zijn: geef geen klets terug, maar biedt je andere wang aan, misschien komt de ander door dit gebaar tot inkeer en kust hij/zij je wang. Met zo’n aanpak slagen we erin de kringloop van de vergelding te doorbreken.

Nadien komt er een gelijkaardig opgebouwde passage waar Jezus zegt “Jullie hebben gehoord: U zult uw naaste liefhebben en uw vijanden haten, maar Ik zeg jullie: heb je vijanden lief ”. In originele teksten wordt dit aangevuld met ‘doet wel aan wie u haten en bidt voor wie u smadelijk behandelen.’  Jezus zegt: laat de barmhartige liefde, die geen verschil maakt tussen goeden en slechten, het kwaad overwinnen. Het gebod van de naastenliefde is de wet van de gelijkheid en de wederkerigheid. Wij noemen dit ook de gulden regel: doe aan een ander niet aan, wat je niet wilt dat hij u aandoet. Bejegen de medemens zoals je verlangt dat hij jou bejegent. 

Het moge duidelijk zijn dat Jezus in zo’n prediking nogal wat gefrons, vooral bij de wetsgeleerden teweeg brengt. Het gaat in de navolging van de wet niet louter of zelfs niet om het vormelijk en strikt respecteren van de wet. De wet is voor Jezus de minimum norm, daar waar de maatschappij kan en moet optreden om erger te voorkomen. Jezus de verdiept de wet in zijn toepassing. Hij past hem radicaal, dit betekent letterlijk tot op de wortel, toe. Maar christenen moeten de lat een stuk hoger leggen, enkel op deze manier kunnen ze een stuk verschil maken, een stuk van het Rijks Gods mee helpen realiseren. 

En dit brengt ons tot de laatste regel van dit evangelie: Wees volmaakt zoals uw Vader in de Hemel, stond er in de vroegere bijbelvertaling. Vandaag lezen we een betere vertaling voor het woord volmaakt dat ons een stuk afschrikt met name: onverdeeld goed. Ander omschrijvingen luiden: wees uit één stuk met een onverdeeld hart. We hoeven dus niet perfect te zijn immers we zijn onderweg, maar laat ons de juiste richting, de juiste focus houden, met Jezus als voorbeeld.

Vertaald naar vandaag. Moet ik het nog herhalen? We leven in turbulente tijden waar sociale media als communicatie platform onder de noemer van de vrijheid van meningsuiting voor velen een uitlaatklep vormen voor hun gefrustreerde one-liners anoniem te droppen. Een tijd waar extreme gedachten vlot ingang vinden en al te vaak gebruik worden om medemensen in het verdomhoekje te plaatsen, een tijd waar oorlogen en wantoestanden van veraf maar ook dichtbij dagelijks op ons netvlies komen. Vrede en echte naastenliefde klinken als een utopie.

Vandaag horen we dat we een opdracht hebben, hoe we toch in onze eigen omgeving kunnen meewerken aan vrede, door inspiratievol te proberen conflicten te ontzenuwen. Dit kunnen we door de focus in onze sociale contacten niet langer naar onszelf te richten maar veeleer op de ander. De ander proberen te begrijpen en niet zozeer hem proberen te overtuigen. In deze opdracht is dialoog belangrijk. Hierbij kan denken we dan zowel aan een dialoog met God, een gebed om kracht en inzicht, maar ook aan het belang van een echte dialoog met onze naaste: onze partner, ons gezin, onze buren of onze collega’s op het werk.

Ik wil afronden met het in herinnering brengen van één van de mooiste recente getuigenissen als toepassing op dit evangelie in deze tijd, die velen van jullie zullen nog herinneren, en op de vrt-site nog altijd te herbekijken. Het is de tekst voorgelezen enkele dagen voor kerstmis door Mohamed El Bachiri, echtgenoot van Loubna die omkwam bij de aanslagen van 22 maart 2016, waar hij oproept tot een Jihad, een inspanning – een strijd,  maar dan wel een Jihad van de liefde, als antwoord op verdeeldheid en terrorisme. Een jihad die oproept naar zijn broeder te gaan die anders is, naar hem glimlacht, hem probeert te begrijpen en empathie jegens hem vertoont.

Met zo’n ingesteldheid worden we in de echte ontmoeting met de ander volop mens en laten we ander volwaardig mens worden. En moet een streven naar vrede in naastenliefde niet langer een utopische gedachte te zijn.

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2016/12/22/echtgenoot_slachtofferaanslagen22maarthetisnietmeerlevenmaarover-1-2851873/

 

Rik Wyffels