Artikelindex

 

15de ZONDAG doorheen het JAAR

Vakantie! Het laat ons dromen van zonnige stranden of mooie vergezichten, van lekker ontspannen of toch maar inspannen tijdens bergwandelingen of fietstochten.

Maar één ding is zeker, op vakantie gaan doe je niet onvoorbereid: de reis plannen, het verblijf zoeken. We zijn er vaak al maanden op voorhand mee bezig.

En als het dan zover is, je koffer pakken. Niet onbelangrijk. Wat neem je mee? Meestal veel te veel. Je wil er toch goed uitzien! Niet alle dagen in dezelfde outfit gezien worden, wat zouden de mensen wel zeggen. Misschien toch nog snel iets nieuw kopen.

In het evangelie van vandaag hoorden we iets heel anders. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit. Zomaar, onvoorbereid, niet met een volle koffer kleren of voedsel, niet met een lijst van adresjes waar ze konden eten of slapen. Ze moeten maar zien waar ze terecht komen, ze moeten maar vertrouwen op de goodwill van de mensen die ze tegenkomen onderweg. 

Soms zou je gaan twijfelen aan het gezond verstand van Jezus.

Het lijkt logisch dat Jezus zijn leerlingen, na een degelijke vorming,

wilde uitzenden om de Blijde Boodschap verder uit te dragen.

Maar vreemd genoeg

zond Hij zijn leerlingen een eerste keer twee aan twee uit,

toen ze nog maar een paar maanden in zijn gezelschap vertoefden.

Toen hadden ze van Jezus' Boodschap nog niet veel begrepen.

Waarom stuurde Hij hen dan op pad als weerloze schapen tussen de wolven?

In de eerste lezing gebeurt net hetzelfde.

Amos, een vijgenkweker en veehoeder,

wordt 'zomaar' van achter zijn beesten weggehaald

om als Gods profeet in Israël op te treden.

Natuurlijk had de man er de capaciteiten niet voor,

en werd hij dus ook niet au serieux genomen.

Waarom doet God niet veeleer een beroep op mensen

die zijn Boodschap grondig bestudeerd hebben?

Of  is God verkondigen,

niet zozeer een kwestie van weten,

niet zozeer een kwestie van woorden,

maar een kwestie van zijn en doen…?

In deze tijd van drukte, van prestatie en drang, van eenzaamheid en ongeluksgevoel zendt Jezus ook ons uit. En nu denk je misschien: Wie zijn wij dan? Wat moeten we vertellen, weten wij het dan beter? Wij zijn geen apostelen of profeten, wij worden dus niet uitgezonden. 

Maar dan denk je fout, want wat voor de apostelen geldt, geldt ook voor ons. Ook wij worden dus uitgezonden om te getuigen van Gods liefde, om te luisteren naar het geluk, maar ook naar de pijn van onze medemensen, om te helpen wie in nood is. 

De apostelen mochten bij hun zending geen geld, geen voedsel, geen reiszak, geen dubbele kleding meenemen, en ze moesten ook nergens te lang blijven hangen, nee, ze moesten hun tocht verder zetten om te getuigen van Gods liefde, om duivels uit de drijven en zieken te zalven. Dus moeten ook wij niet pronken met geld en bezit, en moeten we er zeker niet op uit zijn indruk te maken door over onszelf te praten. Wat we wel moeten doen is oprechte en bezorgde aandacht hebben voor onze medemensen in deze moeilijke tijden, duivels van eenzaamheid uitdrijven, zieken bezoeken en luisteren naar hun verhalen van pijn en verdriet. En liefde en vrede uitstralen, zoals Jezus dat deed.

Zusters en broeders, stel je voor dat ik op het einde van de viering zeg dat je twee aan twee uitgezonden wordt. Misschien zouden velen onder u zogezegd niet eens gehoord hebben wat ik zeg, en zouden anderen zich afvragen: Wat moet ik me daarbij voorstellen? Het antwoord is: je moet luisteren naar je medemensen, en als het nodig is getuigen dat ze niet ongelukkig moeten zijn, want dat ze er niet alleen voor staan, omdat God er ook voor hen is in moeilijke dagen. Ook in deze tijd van druk, druk, druk, van eenzaamheid, corona, ongemakken en armoede is God aanwezig, en Hij is er voor alle mensen, want allen zijn ze zijn geliefde kinderen. Die Blijde Boodschap mogen we uitdragen.

We denken dan misschien wel, wat haalt het allemaal uit. Zie ons hier zitten. Een klein groepje maar. 

Dat vond ook een Portugese zeepfabrikant toen hij tegen een priester zei:

‘Het christendom heeft niets bereikt.

Het wordt al tweeduizend jaar verkondigd,

maar de wereld is er niet beter op geworden.

Er is nog steeds zoveel kwaad

en er zijn nog steeds zoveel harde egoïstische mensen.’

De priester wees op een buitengewoon vuil kind,

dat op straat in de modder speelde, en merkte op:

‘Zeep heeft niets bereikt.

Er is nog steeds modder

en nog steeds zijn er smerige mensen op de wereld.’

‘Zeep’, zei de fabrikant, ‘helpt alleen als het aangewend wordt.’

‘Christendom ook,’ antwoordde de priester.

Greet Keerse.