Artikelindex

 

Familie van Jezus :Marcus : 3, 20-35

De mensen van Kafarnaüm willen Jezus zien horen en aanraken. Jezus is werkelijk overvraagd. Ze gunnen Hem zelfs geen tijd om te eten. Vooral Jezus verwanten zijn heel bezorgd over Hem. Hij lijkt zwaar overspannen. Er werd zelfs gezegd dat Hij niet altijd bij zijn verstand was.  Daarom heeft de familieraad beslist Jezus naar huis te halen. Daar zou Hij zich moeten aanpassen aan het gewone leven in het dorp van Nazareth. En omdat de mannen het zo beslist hadden, zou zijn moeder  meegaan.  Maria echter wist hoe gedreven Jezus was, om het Rijk van Gods liefde zichtbaar te maken, en daarom vermoedde zij sterk  dat Hij niet  mee zou komen. Ondertussen had ook de hoge raad van Schriftgeleerden een onderzoekscommissie gestuurd, om het doen en laten van Jezus te onderzoeken. Het eindrapport liegt er niet om: “Deze Jezus is bezeten van de duivel, en moet met alle mogelijke middelen bestreden worden. De dag dat Maria en de andere familieleden bij Jezus waren toegekomen, was Jezus zo omringd van het volk, dat het onmogelijk was om bij Hem te geraken. Daarom vroegen ze aan iemand van ter plekke, bij Jezus te gaan en Hem te zeggen: “Uw moeder en broers  zijn aangekomen en zouden U graag spreken Maar Jezus komt niet, en dat is heel straf,  en Hij zegt: “ Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broers en mijn zussen“? En terwijl Hij naar zijn leerlingen kijkt zegt Hij: “Mijn  moeder, mijn broers en zussen, zijn zij die naar het woord Gods  luisteren en er naar handelen“. Met deze woorden spreekt Jezus klaar en duidelijk over zijn nieuwe familie. En het komt er niet op aan of je bloedverwant bent met Jezus, het komt er niet op aan of je van dezelfde origine bent, dezelfde taal spreekt of dezelfde kleur bent als Jezus. Jezus heeft een hart dat wereldwijd openstaat. Hij voelt zich universele broeder van elke mens die het Woord van God wil horen en ernaar wil handelen. Voor Jezus zijn pas zij echte familie, die zich echt inzetten  voor het Rijk van Gods liefde. 

Toen Maria dit antwoord van Jezus vernam, glimlachte ze fijntjes in haar binnenste. Zo had zij het aangevoeld. Eigenlijk zegt Jezus tegen Maria maar dan zonder woorden: dat haar echte grootheid niet haar fysisch moederschap is, maar haar bereidheid om met God samen te werken. En dat heeft Maria gedaan, ze heeft ook die geest van samenwerken met God doorgegeven aan haar zoon. Nog tijdens Jezus leven, komt  die nieuwe gemeenschap, die nieuwe familie, van mensen die het Woord Gods beleven, stilaan op gang . Zoals bijvoorbeeld in Kafarnaüm, met die gulle en gedienstige schoonmoeder van Petrus, wordt  de blijde en bevrijdende boodschap en die nieuwe familie concreet ervaren.  Ze voelen zich verantwoordelijk voor mekaar en de omstaanders zeiden “zie, hoe ze van mekaar houden, ze hebben alles in gemeenschap”. 

En toen Jezus geloof opmerkte bij de heidenen, heeft hij als universele broeder,  ook voor hen,  genezingen gedaan. 

Lieve mensen, de meesten van ons zijn bij ons doopsel lid geworden van die  nieuwe Jezus -gemeenschap: de kerk. Bij ons doopsel waren we te klein om de waarde van het doopsel en waarde van die nieuwe familie in te schatten.  Ik hoop maar dat je tijdens je jeugdjaren, van je gelovige ouders, of tijdens de voorbereiding op het Vormsel, hebt mogen ervaren: dat die Weg van Jezus:  nl. lief en gedienstig zijn voor mekaar, dat dit een goede weg is,  die deugd doet en gelukkig maakt. 

Ik hoop dat je persoonlijk  beslist hebt, om die weg van Jezus te blijven gaan, en samen met de andere christenen, uw steentje bij te dragen, in de uitbouw van die nieuwe familie. In de mate je daaraan meewerkt, kan het je leven echt zinvol en gelukkig maken.  

 

Pater Stan