Artikelindex


 

ZONDAG 5 door het JAAR

 

Bijbelse bezinning

 

Bénédicte Lemmelijn is theologe en hoogleraar Oud-testament

aan de  KU-Leuven. Onlangs werd zij benoemd als lid van de Pauselijke Internationale Bijbelcommissie.

Zij schrijft ook bezinningen bij bijbelpassages.

Vandaag vond ik er een bij een vers van Jesaja: zij plaatst de tekst terug in zijn historische achtergrond en toets  dat dan aan onze goed gekende coronamoeheid.

 

De profeet Jesaja is in de christelijke traditie een van de zogenaamde 'grote profeten' . Het boek dat naar hem genoemd is 

hoort bij de profetische boeken van enige omvang, in tegenstelling tot de zogenaamde 'kleine profeten', zoals Joël en Obadja, van wie de boeken veel kleiner zijn.

Jesaja wordt bovendien in de exegese opgedeeld in drie grote delen die over  een tijdspanne van minstens 200 jaar tot stand kwamen. In de verschillende delen verschilt ook de profetische boodschap sterk van toon.,  al naargelang de historische achtergrond die respectievelijk voor, tijdens en na de ballingschap te situeren is. 

Kort gezegd: de eerste Jesaja waarschuwt, de tweede Jesaja troost, en de derde Jesaja brengt een ideaalperspectief van hoop  op een nieuwe tijd.

En hier dan eerst de tekst van Jesaja 6,0, 19-20 en dan volgt de bezinning

 

Overdag is het licht van de zon niet meer nodig,

de glans van de maan hoeft je niet te verlichten,

want de HEER zal je voor altijd licht geven

en je God zal voor je schitteren.

Je zon zal niet meer ondergaan,

je maan  niet meer verbleken,

want de HEER zal je voor altijd licht geven.

 

Dit 60e hoofdstuk van dit lange boek is er eentje uit dat laatste deel. De Israëlische bannelingen zijn teruggekeerd naar Jeruzalem,  dat echter niet meer is wat ze er in hun dromen en gezangen in Babylon van gemaakt hadden. Een desillusie is het wat ze vinden: een vervallen stad, een puinhoop. De mensen hebben in hun ontmoediging een opbeurende boodschap nodig. De derde Jesaja biedt hun een perspectief. En ja, het is een  ideaalperspectief. .. Een utopie zelfs, waarin dieren en mensen vredevol samenleven, waarin zelfs wilde dieren geen lammetje meer opeten, waarin een kind naast het nest van een adder speelt  En natuurlijk is dit soort wereld nooit werkelijkheid geweest. En nog minder woorden heb ik nodig om te zeggen dat hij ook vandaag niet werkelijk is. .. In datzelfde ideaalperspectief is vooral God sterk aanwezig; Zelfs het licht van de zon, mogelijkheidsvoorwaarde bij uitstek van alle leven op aarde,  is dan niet meer nodig. Een maanloze nacht vormt geen enkel probleem.  God zelf zal licht geven. Hij zal schitteren. En die Zon zal nooit ondergaan. Die Maan zal nooit verbleken; God zelf is het Licht voor de mensen die op Hem vertrouwen. 

Dit is een concrete boodschap voor mensen in een concrete historische situatie, inderdaad. Maar het is ook een diepere, tijdloze existentiële boodschap. En precies die combinatie maakt deze bijbelse perikoop het lezen waard,  het overdenken waard., het be-leven waard.

Neen, we hebben geen zon meer nodig om licht te hebben, we drukken op een knopje en het is niet meer donker. Maar meer dan ooit dwalen we ook vandaag rond in duisternis, zoekend en tastend naar wat echt telt. Reikhalzend naar wat mensen niet overrompelt in druk en opdringerig publicitair geschreeuw, in welke al dan niet digitale vorm dan ook. Waar kleuren als draaiende  en tollende cirkels in elkaar overgaan, blijft geen enkele heldere kleur meer over. We hebben nood aan eenvoud: aan helder wit licht in de felgekleurde duisternis, aan rustige zekerheid  die ons toefluistert waar het wel op aankomt.

En misschien nog meer waar pijn overheerst, waar drukte eenzaamheid verhult, waar ontgoocheling ontmoediging genereert, is Licht nodig. Licht dat niet uitgaat als de stroom uitvalt of opeens het internet niet meer werkt. Licht dat ons toefluistert dat we de moeite waard zijn, zoals we zijn, met en in al onze gebrokenheid, maar ook in de luister van al het mooie en het goede,  het onaanraakbare  overstijgende in ons. 

Maar inderdaad, om gefluister te horen, moeten we stil zijn. Stil in onszelf, in onze gedachten, stilvallen in ons praten en tot stilstand komen in  ons hollen. En om goed te zien, moeten we soms de ogen sluiten. Om aandachtig te zijn voor het Licht, dat onvatbaar en ongrijpbaar is, maar wel te ervaren is. Licht dat helpt om te zien wat enkel voelbaar is.    

Bénédicte Lemmelijn

“Ezra”

 

16745
TodayToday38
YesterdayYesterday71
This_WeekThis_Week507
This_MonthThis_Month1775
All_DaysAll_Days16745