Artikelindex

 

 

19de ZONDAG doorheen het  JAAR

 Een Vlaams spreekwoord zegt: “Tegen de dood is geen kruid gewassen”. Koortsachtig zoekt de geneeskunde naar middelen om het menselijk leven te verlengen, geneesmiddelen tegen het ouder worden. Sinds mensenheugenis zoekt men naar een levenselixir. Mensen willen altijd langer leven. Maar de sterfelijkheid zit in de wortels van ons mens-zijn. We dragen de dood in ons bloed en niemand kan ons daarvoor behoeden. Ons leven is vergelijkbaar met een kaars die, zodra ze is aangestoken, verder brandt en helemaal verteert. En tijdens het laatste avondmaal geeft Jezus zichzelf als voedsel om eeuwig te leven.  Ik wil proberen aan de hand van een voorbeeld dit wat duidelijker te maken aan de hand van twee voorbeelden: 

a) Als een man die voor zijn vrouw die jarig is rozen gaat kopen in een bloemenwinkel, dan hebben die rozen een materiële waarde: een geldelijke waarde. Maar als ze mooi ingepakt door hem, aan haar gegeven worden, met een lieve kus, dan zijn die rozen veranderd, in een geschenk, dat een teken is van zijn genegenheid voor haar. En als de man niet thuis is,en zijn vrouw kijkt naar de rozen, dat weet zij dat hij er voor haar is. Dan wordt zijn liefde belichaamd in die rozen. Dan is hij persoonlijk aanwezig in haar hart.

b) Een man vertelde over zijn moeder, die zeer oud geworden was. Toen ze wist dat ze niet lang meer zou leven, had ze haar kinderen op een zondagnamiddag samen geroepen. Ze had deze keer zoals ze altijd deed op de feestdagen een krentenbrood gebakken, zoals alleen zij dat kon. Ze had het gekneed en gebakken  met al haar laatste krachten en met al haar liefde. Ze zei: ”Ik heb het nog een keer willen doen,voor jullie opdat je aan mij zou blijven denken “. Kort daarna is ze gestorven. En telkens als we nu samenkomen met de hele familie, bakt de oudste dochter krentenbrood  zoals moeder. Dan voelen we dat ze aanwezig is en ons inspireert om gedienstig te zijn voor mekaar.

 Wat die vrouw deed, geeft ons een idee, een impressie van wat Jezus deed voor ons  op het laatste  avondmaal. Maar de reële aanwezigheid van Jezus in het brood en de wijn en zijn bezieling tot uiterste dienstbaarheid is nog veel sterker.

Tijdens het laatste avondmaal heeft Jezus heel zijn liefdevolle inzet tot het uiterste, heel zijn leven samengevat in een heilig teken.  Jezus zei: “Zoals dit brood gebroken wordt, zo heb ik mijn leven gebroken”. Hij nam brood brak het en zei: “Neemt en eet, dit ben ik voor jullie, mijn leven gebroken en gegeven. Blijf dit doen: uw leven breken en delen, opdat allen zouden leven “. 

Na dit gebaar van Jezus en zijn woorden, is Jezus echt aanwezig in het brood. Het brood is geen brood meer om de maag te vullen. Het is meer dat iets materieels. Als wij met eerbied en geloof dit brood eten, voeden wij ons met Jezus levenskracht en met Jezus inspiratie  om dienstbaar te leven zoals Hij. 

Uit zijn kracht kunnen wij het volhouden lief te zijn voor onze huwelijkspartner, voor onze kinderen, voor onze collega’s op het werk, en kunnen wij ons inzetten om nog wat vrijwilligerswerk te doen.  Uit Jezus’ kracht  behouden wij de hoop om verder te leven zoals Jezus, de dood voorbij.

 

Eigenlijk is elke mens een mysterie: ook al leven we met de schaduw van de dood, toch dragen wij reeds nu, de kiem van eeuwig leven  in ons.  Wat we zien en ervaren is vergankelijkheid, maar we geloven en hopen, dat onze ingeboren kracht om lief te hebben, sterker zal worden, groeien tot een manier van leven, dienstbaar zoals Jezus. En wij geloven dat  al wie zoals  Jezus, zijn leven breekt in liefdevolle attenties, zal  verder leven, zoals Hij verder leeft. Wij wensen het mekaar.

 

 

Pater Stan

 

 

7099
TodayToday17
YesterdayYesterday57
This_WeekThis_Week17
This_MonthThis_Month1587
All_DaysAll_Days7099